De geluksmeter in de basis

De geluksmeter is onderdeel van het CCIR-concept, maar kan ook als los onderdeel door organisaties gebruikt worden. Als meetinstrument kan deze gebruikt worden om de volwassenheid van de organisatie naar een nieuw niveau te tillen.

Het uitgangspunt voor de geluksmeter is dat gelukkige mensen meerwaarde hebben voor de organisatie waarin zij een rol spelen. Het gevoel van geluk kan een stuwende factor zijn voor de werkzaamheden en taken die uitgevoerd moeten worden. Het, in meer of mindere mate, ontbreken hiervan kan een remmende invloed hebben op diezelfde werkzaamheden en taken.

De score van de geluksmeter wordt opgebouwd door antwoord te geven op de volgende drie vragen:

  • Hoe hoog, op een schaal van 1 tot 10, scoort men op het gebied van vrijheid
  • Hoe hoog, op een schaal van 1 tot 10, scoort men op het gebied van veiligheid
  • Hoe hoog, op een schaal van 1 tot 10, scoort men op het gebied van zekerheid

Voor elk van deze vragen is een verduidelijking nodig.

  • Onder vrijheid wordt verstaan, het zich vrij voelen om te kunnen zeggen, denken en uiten wat men wil zonder anderen bewust of onbewust te kwetsen, zonder hierin een beperking vanuit de directe omgeving te voelen. Bijvoorbeeld (kritiek) over werkomstandigheden, collega’s, leidinggevende, product of dienst, sfeer, rol, taken, eigen identiteit of voorkeuren, gevoelens, gedachten, ziekte, etc.
  • Onder veiligheid wordt verstaan, het zich veilig voelen om te kunnen zeggen, denken en uiten wat men wil, zonder dat hier sancties of verandering van gedrag op volgt door de omgeving. Een verandering of sancties kunnen liggen in pesten, negeren, negatieve verandering van taken of anderszins.
  • Onder zekerheid wordt verstaan, het zich zeker voelen dat omstandigheden niet zomaar veranderen, gemaakte afspraken nagekomen worden, de organisatie open en transparant is over aanwezige en verwachte gevaren in de directe en indirecte omgeving, de organisatie volwassener en beter wil worden in haar dienstverlening of productontwikkeling en daarmee openstaat voor verbetering hiervan door deze zekerheid te bieden en vast te leggen.

De drie vragen, voor het bepalen van de gelukswaarde, kunnen verder uitgesplitst worden naar drie omgevingen: de werk gerelateerde omgeving, de thuissituatie en alle overige gebieden. De gedachte hierbij is dat het gevoel van geluk in de werk gerelateerde omgeving en de thuissituatie direct invloed hebben op elkaar. Vanuit de score(s) kan actie ondernomen worden om de geluksfactor omhoog te brengen en zo bij te dragen aan een beter functionerende organisatie.

Een gelukkig mens is een aanwinst voor elke organisatie!